Interesse in het Ambassador Opportunity Fund? Klik hier en blijf op de hoogte.

Een eeuwenoude traditie

De binnenvaart gaat binnen de familie Versloot van generatie op generatie
Ronald Versloot
Binnen de relatiekring van Ambassador Vermogensbeheer kom je bijzondere ondernemers met niet alledaagse bedrijven tegen. De binnenvaart is zo’n bijzondere tak van sport. Nog geen jaar geleden heeft Ronald Versloot zijn bedrijf Oostkeetshaven Scheepvaart B.V. volledig in handen gegeven van zijn dochter Evelien (42). Hij zegt: ‘De binnenvaart is een eeuwenoude familietraditie, die nu wordt voortgezet. Daar ben ik heel trots op.’

Een nieuw begin na de verkoop van zijn levenswerk

Vanuit zijn woning heeft Ronald Versloot een machtig beeld op van een soort nomadenbestaan op het water, de mooi uitzicht over de Oude Maas, met Dordrecht aan de overkant. Een van de drukste vaarroutes van Nederland stroomt vrijwel langs zijn tuin. De schepen die eindeloos af en aan varen over de Oude Maas, van de blauwwitte veerponten tot kolossale vrachtschepen, zorgen ervoor dat dit boeiende panorama altijd in beweging is. En regelmatig ziet hij ook een van zijn eigen schepen voorbijkomen: de 135 meter lange ‘Commander’, waarmee brandbare vloeistoffen en chemicaliën worden vervoerd tussen de havens van Antwerpen, Rotterdam, Amsterdam, Vlissingen en Terneuzen. Hoewel hij zich geleidelijk uit het bedrijf heeft teruggetrokken, blijven dat bijzondere momenten.

Nomadenbestaan

‘Ik ben nu bijna 71 jaar en vond het mooi geweest. Mijn dochter Evelien heeft nu de dagelijkse leiding over Oostkeetshaven Scheepvaart en ik gooi vanaf de zijlijn nog weleens een advies over de schutting.’ Behalve de Commander heeft het bedrijf nog een binnenvaarttanker in de vaart, de 110 meter lange ‘Admiral’, die voornamelijk in het stroomgebied van de Rijn vaart. De binnenscheepvaart roept bij velen van ons een romantisch beeld op van een soort nomadenbestaan op het water, de ene dag hier en de andere dag daar – altijd onderweg en genieten van het landschap dat langzaam aan je voorbijtrekt. Ronald en Evelien kijken elkaar lachend aan, zij kunnen zich die beeldvorming wel voorstellen, maar het is toch vooral hard werken en altijd van huis.

Tenzij je natuurlijk aan boord woont, zoals het gezin vele jaren heeft gedaan. Maar ook dan is je wereld niet veel groter dan het schip en als je voor de zoveelste keer over de Oude Maas langs Zwijndrecht en Dordrecht vaart, kijk je naar die wallenkant en denkt: daar zou ik best kunnen wonen, net naast de rivier met vaste grond onder de voeten. Ronald komt uit een familie van binnenvaartschippers die vele generaties teruggaat. Hij werd bijna op het water geboren. Mijn hele leven heb ik op het water doorgebracht, je weet niet beter. Wij woonden op het schip, maar ik moest natuurlijk wel naar school, naar een gezinsvervangend internaat. Na schooltijd was ik meteen weer aan boord om mee te varen. Op enig moment heb ik zelf een schip gekocht om te exploiteren. Na vijftien jaar zijn we overgestapt van droge lading naar vloeibaar; in die markt konden wij een sterkere positie innemen omdat er minder transporteurs waren. In de jaren daarvoor hebben met het gezin aan boord gewoond en zijn daarna aan wal gegaan. Evelien was toen elf jaar.’ Hij is er trots op dat zijn dochter het bedrijf nu voortzet. ‘De binnenvaart is een familietraditie, die al een paar honderd jaar teruggaat. Mijn overgrootvader had in de negentiende eeuw een zeilschip, dat moest worden getrokken als het vaarwater zeilen niet toeliet. Het is van vader op zoon gegaan, maar de kinderen van mijn twee oudere broers hebben een andere richting gekozen. Heel leuk dat Evelien het nu voortzet, zodat de traditie niet uitsterft. Zij heeft het laatste gedeelte van het bedrijf vorig jaar overgenomen, maar is zes jaar geleden al ingestapt. In die jaren heeft zij de fijne kneepjes van het vak geleerd. Ik verricht nog hand- en spandiensten, vooral op het technische vlak. Eigenlijk word ik betaald om mijn mond te houden, haha!’

‘Ik viel vroeger weleens overboord en dan was de kans op vergiftiging groter dan op verdrinking’

Bescheiden bedrijf

Ronald noemt Oostkeetshaven Scheepvaart beheer een ‘bescheiden’ bedrijf, met maar twee schepen en zestien mensen op de loonlijst. Hij vertelt dat er alleen al in Zwijndrecht achthonderd binnenvaartondernemingen staan ingeschreven, elk met gemiddeld minimaal twee schepen. Scheepvaart – en alles wat daarmee te maken heeft – is een economische factor van belang in deze waterrijke omgeving. De concurrentie is groot, maar het aanbod van ladingen ook.

‘De markt is goed voor ons,’ zegt Evelien. ‘Wij werken uitsluitend voor enkele vaste klanten en de schepen zijn 24/7 onderweg, dat moet ook. Stilliggen kost geld.’ Evelien voelt zich weleens een vrouw in een mannenwereld, maar dat zit haar niet in de weg. ‘Het is leuk en afwisselend werk. Ik doe wat ik moet doen. Ladingen aannemen, administratie, zorgen dat er bemanning is, de logistiek plannen, praten met de jongens, het onderhoud van de schepen regelen, brandstof inkopen op het juiste moment,
want dat kan een hoop schelen als je minimaal twintigduizend liter bunkert.’ Ronald voegt eraan toe: ‘En vier tot vijf dagen van tevoren de weerkaarten in de gaten houden, want je moet je lading afstemmen op het waterpeil in de rivieren. Als je te diep ligt en je loopt daardoor vertraging op, is dat voor eigen risico en rekening. Bij laag water zijn er meer schepen nodig om de lading te vervoeren en dan lopen de transportprijzen op, dat moet je allemaal incalculeren.’ Evelien: ‘Je bent klein en moet het allemaal zelf doen. Ik ben er langzaam ingerold. Het helpt dat ik uit een goed nest kom, iedereen in dit wereldje kent mijn familie. Mijn vader is ooit gestart met een compagnon, maar die moest door omstandigheden zijn activiteiten in het bedrijf staken. Zijn oudste dochter heeft zijn werk overgenomen, dus wij gaan samen verder. Oostkeetshaven is nu van mij, maar een van de twee schepen exploiteren wij samen. Op die manier zetten we de traditie voort, we vullen elkaar aan.’

Evelien regelt alles om haar schepen in de vaart te houden, maar vaart zelf zelden mee. ‘Daar heb ik geen tijd voor,’ legt zij uit. ‘Het werk vergt al mijn aandacht en ik heb ook mijn gezin nog. Er zijn vier bemanningsleden nodig om een schip van dit formaat te varen. Zij zorgen dat er op tijd wordt geladen en afgeleverd.’

Van laden naar lossen

Ronald legt uit hoe het werkt. ‘Grote tankers vervoeren de ruwe olie vanuit de olieproducerende landen naar bijvoorbeeld Rotterdam en vandaar vervoeren wij de minerale brandstoffen en halffabrikaten, zoals nafta, naar de eindbestemming. Het is heel druk nu. Er liggen wereldwijd veel schepen buitengaats te wachten op hogere prijzen. Dat kost reders zomaar een half miljoen dollar per dag, maar ze denken toch dat het er uitkomt. Het scheepvaartverkeer wordt door de verkeersleiding in de havens in goede banen geleid, net als op een luchthaven. Als zo’n kolos moet keren in de haven en de vaarweg verspert, moet je naderende schepen ruim van tevoren waarschuwen, anders ontstaat er risico op aanvaringen. Schepen gaan van laadplaats naar losplaats en zijn altijd onderweg, dus we hebben geen vaste ligplaats.’

De schepen hebben een levensduur van circa veertig jaar en vergen veel onderhoud. Evelien: ‘We zijn altijd aan het schilderen en elke vijf jaar wordt het schip uit het water gehaald voor een verplichte inspectie. Dan verwijderen we de schelp- en schaaldieren van de romp en schilderen de boel onder de waterlijn.’

Ronald: ‘Als een schip een baard krijgt, zo noemen we de aanwas op de romp, gaat dat ten koste van snelheid en brandstof. Het goede nieuws is dat het water steeds schoner wordt! In mijn tijd was er veel meer verontreiniging. Ik viel weleens overboord en dan was de kans op vergiftiging groter dan op verdrinking.’

Duurzaam

Voor de eerstvolgende tien, twintig jaar zien Evelien en Ronald de toekomst van de binnenvaart optimistisch in. De voordelen van het vervoer over water zijn legio. Het is duurzamer en goedkoper dan wegtransport. De Commander kan zesduizend ton vervoeren, tegen een tankwagen maximaal dertig ton. Ronald: ‘Het is een erg economische manier van transport, er wordt veel minder brandstof gebruikt en minder CO2 uitgestoten en er zijn geen files. Er zijn al wel elektrisch aangedreven schepen, maar alleen voor hele korte afstanden.’ Evelien: ‘Er is de laatste tijd wel veel veranderd. Regels en milieueisen worden steeds strenger en de meeste begrijp ik wel, als ze praktijkgericht zijn. Maar soms zit er een paarse krokodil tussen en schiet een maatregel zijn doel voorbij. Al die veranderingen, technische innovaties, kwaliteitseisen, keuringen en richtlijnen zijn wel een uitdaging.’ Ronald: ‘Maar je gaat met de tijd mee, je moet wel.’

Er wordt gedacht over de bouw van een nieuw schip, niet zozeer om de vloot uit te breiden, maar ter vervanging. Evelien: ‘Het stalen casco komt uit landen als Roemenië, Polen, Servië of China. Nederland is een scheepvaartnatie, maar de productie hier is helaas te duur. Het casco wordt hier wel helemaal afgebouwd naar onze specificaties. Dat duurt circa vijf maanden.’ Ronald: ‘Het is een dure tijd en de materiaalkosten zijn hoog. Ook de motoren zijn door nieuwe emissie-eisen zeker tweemaal zo duur geworden. Zo’n schip kost tussen de acht en negen miljoen euro, maar dan kun je wel weer een paar decennia vooruit.’

Risk comes from not knowing
what you’re doing

Warren Buffett