‘Ik viel vroeger weleens overboord en dan was de kans op vergiftiging groter dan op verdrinking’
Ronald noemt Oostkeetshaven Scheepvaart beheer een ‘bescheiden’ bedrijf, met maar twee schepen en zestien mensen op de loonlijst. Hij vertelt dat er alleen al in Zwijndrecht achthonderd binnenvaartondernemingen staan ingeschreven, elk met gemiddeld minimaal twee schepen. Scheepvaart – en alles wat daarmee te maken heeft – is een economische factor van belang in deze waterrijke omgeving. De concurrentie is groot, maar het aanbod van ladingen ook.
‘De markt is goed voor ons,’ zegt Evelien. ‘Wij werken uitsluitend voor enkele vaste klanten en de schepen zijn 24/7 onderweg, dat moet ook. Stilliggen kost geld.’ Evelien voelt zich weleens een vrouw in een mannenwereld, maar dat zit haar niet in de weg. ‘Het is leuk en afwisselend werk. Ik doe wat ik moet doen. Ladingen aannemen, administratie, zorgen dat er bemanning is, de logistiek plannen, praten met de jongens, het onderhoud van de schepen regelen, brandstof inkopen op het juiste moment,
want dat kan een hoop schelen als je minimaal twintigduizend liter bunkert.’ Ronald voegt eraan toe: ‘En vier tot vijf dagen van tevoren de weerkaarten in de gaten houden, want je moet je lading afstemmen op het waterpeil in de rivieren. Als je te diep ligt en je loopt daardoor vertraging op, is dat voor eigen risico en rekening. Bij laag water zijn er meer schepen nodig om de lading te vervoeren en dan lopen de transportprijzen op, dat moet je allemaal incalculeren.’ Evelien: ‘Je bent klein en moet het allemaal zelf doen. Ik ben er langzaam ingerold. Het helpt dat ik uit een goed nest kom, iedereen in dit wereldje kent mijn familie. Mijn vader is ooit gestart met een compagnon, maar die moest door omstandigheden zijn activiteiten in het bedrijf staken. Zijn oudste dochter heeft zijn werk overgenomen, dus wij gaan samen verder. Oostkeetshaven is nu van mij, maar een van de twee schepen exploiteren wij samen. Op die manier zetten we de traditie voort, we vullen elkaar aan.’
Evelien regelt alles om haar schepen in de vaart te houden, maar vaart zelf zelden mee. ‘Daar heb ik geen tijd voor,’ legt zij uit. ‘Het werk vergt al mijn aandacht en ik heb ook mijn gezin nog. Er zijn vier bemanningsleden nodig om een schip van dit formaat te varen. Zij zorgen dat er op tijd wordt geladen en afgeleverd.’
Ronald legt uit hoe het werkt. ‘Grote tankers vervoeren de ruwe olie vanuit de olieproducerende landen naar bijvoorbeeld Rotterdam en vandaar vervoeren wij de minerale brandstoffen en halffabrikaten, zoals nafta, naar de eindbestemming. Het is heel druk nu. Er liggen wereldwijd veel schepen buitengaats te wachten op hogere prijzen. Dat kost reders zomaar een half miljoen dollar per dag, maar ze denken toch dat het er uitkomt. Het scheepvaartverkeer wordt door de verkeersleiding in de havens in goede banen geleid, net als op een luchthaven. Als zo’n kolos moet keren in de haven en de vaarweg verspert, moet je naderende schepen ruim van tevoren waarschuwen, anders ontstaat er risico op aanvaringen. Schepen gaan van laadplaats naar losplaats en zijn altijd onderweg, dus we hebben geen vaste ligplaats.’
De schepen hebben een levensduur van circa veertig jaar en vergen veel onderhoud. Evelien: ‘We zijn altijd aan het schilderen en elke vijf jaar wordt het schip uit het water gehaald voor een verplichte inspectie. Dan verwijderen we de schelp- en schaaldieren van de romp en schilderen de boel onder de waterlijn.’
Ronald: ‘Als een schip een baard krijgt, zo noemen we de aanwas op de romp, gaat dat ten koste van snelheid en brandstof. Het goede nieuws is dat het water steeds schoner wordt! In mijn tijd was er veel meer verontreiniging. Ik viel weleens overboord en dan was de kans op vergiftiging groter dan op verdrinking.’