Kunnen we nog iets leren van de brief van Warren Buffett?
Afgelopen weekend publiceerde de inmiddels 92-jarige Warren Buffett zijn jaarlijkse epistel betreffende de resultaten van zijn investeringsvehikel Berkshire Hathaway. Opvallend daarbij was dit keer vooral de beknoptheid: met welgeteld 4.455 woorden was het de kortste brief van de afgelopen 44 jaar. Nu gaf de onfortuinlijke Polonius in Shakespeare’s Hamlet al mee dat “brevity is the soul of wit”, vrij vertaald: “beknoptheid is het kenmerk van verstand”.
Buffett, samen met zijn 99-jarige partner-in-crime Charlie Munger, blijft ondanks de kortere versie gelukkig grossieren in rake oneliners. Zo haalde hij flink uit naar de tegenstanders van inkoopprogramma’s van eigen aandelen: “When you are told that all repurchases are harmful to shareholders or to the country, or particulary benficial to CEOs, you are are listening to either an economic illiterate or a silver-tongued demagogue.” Dit een week nadat in de Verenigde Staten de nieuwe wet van kracht werd, waarbij deze programma’s zwaarder belast zullen worden. Simpel gesteld: wanneer bedrijven hun eigen aandelen inkopen tegen aantrekkelijke koersen is dit eenvoudigweg waarde verhogend voor iedereen.
Iets waar wij het volledig mee eens zijn. We juichen dergelijke programma’s dan ook toe bij de bedrijven uit onze portefeuilles, zoals bijvoorbeeld bij Shell, NN Groep of ABN Amro, omdat deze plaatsvinden tegen lagere koersen dan de door onszelf (conservatief) berekende intrinsieke waarde. Shell is overigens niet de enige energiespeler die dit doet. Ondanks dat er in deze sector momenteel buitengewone vrije kasstromen worden gegenereerd, krijgt men hier qua beurskoers niet altijd de waardering voor.
Een vergelijking: de marktkapitalisatie van Big Tech-bedrijf Microsoft, zo’n $1,85 biljoen, is groter dan die van alle 23 energie gerelateerde bedrijven in de S&P 500 samen. Bedenk daarbij dat Exxon Mobil, de Amerikaanse equivalent van Shell, momenteel alleen al evenveel vrije kasstroom genereert als Microsoft. De overige 22 energiebedrijven kennen ook allemaal een positieve vrije kasstroomgeneratie. De vraag die zich kortom opdringt is of Big Tech-bedrijven nog steeds te duur gewaardeerd zijn, of zijn de energiewaarden te goedkoop?
Onze focus blijft op het goedkope gedeelte van de markt liggen. In een vergelijkbare inflatoire periode (1973- 1982), die werd gekenmerkt door een regionaal conflict in het Midden-Oosten, het OPEC-embargo, twee globale recessies en een gemiddeld inflatiepeil van 8,2% in de Verenigde Staten, deden de 20% goedkoopste aandelen het beduidend beter dan de 20% duurste namen. Dit zien we overigens ook terug bij Buffett, die destijds een zeer uitgesproken focus op waardering had: zijn beleggingsvehikel Berkshire Hathaway deed het in 8 van de 10 betreffende jaren beter dan de S&P 500 en niet zo’n klein beetje ook. Toegegeven, in ’74 werd een flink verlies van 48,7% gerealiseerd t.o.v. een verlies van 26,4% voor de S&P 500. Maar in ’76 en ’79 en ’81 werden rendementen van respectievelijk 129,3%, 102,5% en 31,8% behaald tegenover 23,6%, 18,2% en -5% voor de S&P 500. Zo bekeken kunnen we met de focus op waarderingen en met oog voor de aandeelhouder in de vorm van dividenden of inkoopprogramma’s, ook in de huidige inflatoire omgeving, nog steeds iets leren van de oude meester.
Andy de Bruijne

Let op: Beleggen brengt risico’s met zich mee. Uw inleg kan minder waard worden.
De in deze (video)boodschap verstrekte informatie is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies en is geen aanbeveling of uitnodiging tot koop of verkoop van enig instrument. De informatie is uitsluitend bedoeld om kennis te maken met de beleggingsvisie van Ambassador. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend.